1. Algemeen kader
Bedragen die als aanvulling dienen op de voordelen toegekend binnen de verschillende takken van de sociale zekerheid, worden niet als ‘loon’ beschouwd door de Loonbeschermingswet. Het gaat uitsluitend om aanvullingen bij:
- wettelijke pensioenen;
- werkloosheidsuitkeringen met inbegrip van de tegemoetkoming ten laste van de RVA aan personen in loopbaanonderbreking of in tijdskrediet;
- kinderbijslagen;
- uitkeringen in geval van ziekte of ongeval;
- uitkeringen in geval van beroepsziekte of arbeidsongeval.
Omdat de voordelen, die een werkgever uitkeert als aanvulling op deze bovengenoemde sociale voordelen, niet als loon worden beschouwd, zijn hierop geen gewone socialezekerheidsbijdragen verschuldigd. Dit betekent echter niet dat er nooit een bijzondere werkgeversbijdrage van toepassing kan zijn. Zo is er bijvoorbeeld bij een aanvulling op het wettelijk pensioen wél een bijdrage van 8,86% verschuldigd.
2. Standpunt Hof van Cassatie
Het Hof van Cassatie heeft in het kader van deze aanvullingen herhaaldelijk benadrukt dat een dergelijke aanvulling enkel als zodanig kan worden erkend wanneer ze bedoeld is als compensatie voor het verlies van arbeidsinkomen of voor een toename van kosten veroorzaakt door het intreden van een sociaal risico dat onder de sociale zekerheid valt.
3. Verduidelijking door de RSZ
Al eerder nam de RSZ het standpunt in dat een aanvulling op de kinderbijslag, die wordt toegekend ter compensatie van een loonsverlaging of als onderdeel van een loonoptimalisatie (zoals binnen een cafetariaplan), niet voldoet aan de voorwaarden. Er moet immers een duidelijk compenserend verband bestaan tussen de aanvullende vergoeding en de meerkosten die voortvloeien uit het risico dat door de kinderbijslagregeling wordt gedekt.
De RSZ verduidelijkt dit standpunt nu in de administratieve instructies van het eerste kwartaal van 2025.
Zo verduidelijkt de RSZ dat:
- een compenserend verband wel kan worden vastgesteld wanneer een werkgever namens zijn werknemers een verzekering afsluit voor de opvang van zieke kinderen;
- een compenserend verband ontbreekt wanneer de werkgever uitgaven terugbetaalt die uitsluitend verband houden met de opvoeding en verzorging van kinderen, zoals schoolgeld (inclusief uitstappen, taalcursussen enz.), vakantiekampen of kosten voor kinderopvang en buitenschoolse opvang – zelfs wanneer deze uitgaven met bewijsstukken worden onderbouwd.
4. Advies
Het is ten zeerste af te raden om aanvullende kinderbijslag nog aan te bieden als deel van het loonpakket van de werknemer of als looncompensatie in het kader van een loonruil of het cafetariaplan. Ook een terugbetaling van de uitgaven kinderkampen of andere opvang op basis van bewijsstukken, moet worden afgeraden. Voor werkgevers die dit voordeel toch nog aanbieden, wordt aangeraden om dit alsnog te herzien en dit voordeel te heronderhandelen met de werknemer.
Bron: Administratieve instructies RSZ 2025/1.