written by
Inge Braem

Verlenging hervaltermijn en recht op gewaarborgd loon

Sociaal Secretariaat 2 min

​Sedert 1 januari 2026 zijn drie belangrijke wijzingen omtrent het gewaarborgd loon in werking getreden.

Verlenging hervaltermijn

De hervaltermijn werd sedert 1 januari 2026 verlengd van 14 dagen naar 8 weken, waarna een werknemer opnieuw recht heeft op gewaarborgd loon. Dit geldt voor zowel arbeiders als bedienden. Bij herval binnen een periode van 8 weken is niet opnieuw gewaarborgd loon verschuldigd door de werkgever, tenzij het saldo uit de vorige periode nog niet is opgebruikt of de werknemer met een geneeskundig getuigschrift aantoont dat het gaat om een andere ziekte of een ander ongeval.

Het gewaarborgd loon is aldus wel opnieuw verschuldigd indien er sprake is van een nieuwe arbeidsongeschiktheid die het resultaat is van een andere oorzaak en die zich binnen een periode van 8 weken voordoet na het beëindigen van een arbeidsongeschiktheid waarvoor gewaarborgd loon werd uitbetaald. De werknemer dient binnen een aanvaardbare termijn het bewijs te leveren dat de nieuwe ongeschiktheid aan een andere oorzaak te wijten is aan de hand van een geneeskundig getuigschrift. Kan de werknemer dit niet bewijzen, dan wordt ervan uit gegaan dat de nieuwe ongeschiktheid het gevolg is van eenzelfde ongeval of eenzelfde ziekte en is er dus niet opnieuw gewaarborgd loon verschuldigd.

Herval tijdens een progressieve werkhervatting

Voorheen viel een werknemer in progressieve werkhervatting bij ziekte of ongeval tijdens de eerste 20 weken terug op een uitkering ten laste van het ziekenfonds. Bij ziekte of ongeval vanaf de 20ste week na aanvang van de progressieve werkhervatting had de werknemer opnieuw recht op gewaarborgd loon ten laste van de werkgever, weliswaar pro rata het gedeelte van de werkhervatting.

Sinds 1 januari 2026 zal een werknemer in progressieve werkhervatting steeds terugvallen op een uitkering ten laste van het ziekenfonds en zal de werkgever bijgevolg geen gewaarborgd loon meer verschuldigd zijn.

Deze wijziging is van toepassing op arbeidsongeschiktheden die zich voordoen vanaf 1 januari 2026. Een lopende periode van gewaarborgd loon zal bijgevolg niet worden onderbroken.

Solidariteitsbijdrage voor werkgevers met minstens 50 werknemers

Sedert 1 januari 2026 kan een werkgever die gemiddeld 50 of meer werknemers tewerkstelt, worden geconfronteerd met een nieuwe solidariteitsbijdrage vanaf de 31ste dag van primaire arbeidsongeschiktheid. In bepaalde gevallen zal een vrijstelling van toepassing zijn.

Bovenstaande werkgevers zullen vanaf 1 januari 2026 een trimestriële solidariteitsbijdrage betalen. Deze bijdrage omvat 30% van het totaal van de primaire arbeidsongeschiktheidsuitkeringen. Ze wordt berekend over een periode van 2 maanden, gerekend vanaf de 31ste dag van de primaire arbeidsongeschiktheid van de werknemer.

De solidariteitsbijdrage wordt berekend en geïnd door de RSZ. Dit zal gebeuren via een debetbericht samen met de RSZ-bijdragen van het 3de kwartaal volgend op het kwartaal waarin de primaire arbeidsongeschiktheid is gestart.

Deze regeling is van toepassing op meerderjarige werknemers die:

  • op de startdatum van hun primaire arbeidsongeschiktheid jonger zijn dan 55 jaar, én
  • meer dan 30 dagen als arbeidsongeschikt erkend zijn.

In afwijking van de algemene regel zijn werkgevers onder bepaalde voorwaarden vrijgesteld.

Besox, Sociaal Secretariaat - Verzekeringen - Finance

Zelf een loonkost per uur/maand/jaar berekenen? Dat kan gratis via onze tool : loonkost.besox.be

gewaarborgd loon hervaltermijn progressieve werkhervatting