In de bouwsector worden de 12 inhaalrustdagen collectief vastgelegd. 6 daarvan worden vastgelegd op basis van het koninklijk besluit van 26 september 1983 nr. 213 betreffende de arbeidsduur in de ondernemingen die onder het Paritair Comité voor het bouwbedrijf ressorteren (hierna ‘KB 213’). De andere 6 inhaalrustdagen worden vastgelegd op basis van de cao van 10 februari 2022 betreffende de arbeidsduurvermindering.
De inhaalrustdagen op basis van KB 213 voor 2026 werden vastgelegd op 2 januari, 15 mei en 21 t.e.m. 24 december.
De inhaalrustdagen op basis van de cao voor 2026 werden vastgelegd op, enerzijds, 28 t.e.m. 31 december en, anderzijds op 7 en 8 april (in principe voor vestigingseenheden in het Vlaamse Gewest en de gemeenten behorend tot de Duitstalige Gemeenschap), dan wel op 29 en 30 april (in principe voor vestigingseenheden in het Waalse Gewest).
In principe is het verboden om werknemers te laten werken op deze inhaalrustdagen, zelfs als jouw werknemers hiermee akkoord gaan.
Voor de inhaalrustdagen op basis van de cao kan van dit verbod enkel worden afgeweken in de volgende situaties:
- voor de klantendienst bij handelaars in bouwmaterialen, met uitzondering van het vervoer (met inhaalrust binnen 6 weken);
- in de gevallen waar zondagsarbeid is toegestaan (met inhaalrust binnen 6 weken). Dit betreft de volgende situaties in zoverre de normale exploitatie van het bedrijf het niet mogelijk maakt ze op een andere dag van de week uit te voeren:
- toezicht op de bedrijfsruimte;
- schoonmaken, herstellen en onderhouden, in zover deze werkzaamheden voor de regelmatige voortzetting van het bedrijf nodig zijn, alsmede de werkzaamheden buiten de productie, die nodig zijn voor de regelmatige hervatting van het bedrijf de volgende dag;
- arbeid verricht om het hoofd te bieden aan een voorgekomen of dreigend ongeval;
- dringende arbeid aan machines of materieel en arbeid die door een onvoorziene noodzakelijkheid wordt vereist;
- arbeid om beschadiging van grondstoffen of voortbrengselen te voorkomen.
- tijdens een periode van intense activiteit (met inhaalrust binnen 7 maanden). Onder “intense activiteit” wordt verstaan: een activiteit die normaal gezien aanleiding zou geven tot het verrichten van bijkomende uren. Dit uitzonderingsgeval geldt vooral voor de installateurs in centrale verwarming. Werken tijdens inhaalrustdagen kan niet gerechtvaardigd worden doordat een bepaalde uitvoeringstermijn nageleefd moet worden.
Voor de inhaalrustdagen op basis van KB 213 kan van dit verbod enkel worden afgeweken in de volgende situaties:
- voor de klantendienst bij handelaars in bouwmaterialen, met uitzondering van het vervoer (met inhaalrust binnen 6 weken);
- in de gevallen waar zondagsarbeid is toegestaan (met inhaalrust binnen 6 weken).
Een afwijking wegens “intense activiteit” is dus niet mogelijk.
Indien op basis van één van deze afwijkingen gewerkt wordt op een inhaalrustdag, moet je voorafgaandelijk melden aan de arbeidsinspectie (Toezicht Sociale Wetten) dat één of meer arbeiders om een bepaalde reden op (een) inhaalrustdag(en) zullen werken. Het wordt aangeraden om de namen van de arbeider(s), de plaats van tewerkstelling, de reden van de tewerkstelling en waar mogelijk de inhaalrustdag te vermelden. Indien een voorafgaandelijke melding niet mogelijk is (bv. ten gevolge van een ongeval), dient de melding te gebeuren binnen de 24 u nadat de werken zijn aangevat.
Als werknemers op de inhaalrustdagen tewerkgesteld worden buiten hogervermelde afwijkingen, kan je veroordeeld worden tot boetes.
Bron: Koninklijk besluit van 26 september 1983 nr. 213 betreffende de arbeidsduur in de ondernemingen die onder het Paritair Comité voor het bouwbedrijf ressorteren; cao van 10 februari 2022 betreffende de arbeidsduurvermindering.
Besox, Sociaal Secretariaat - Verzekeringen - Finance
Zelf een loonkost per uur/maand/jaar berekenen? Dat kan gratis via onze tool : loonkost.besox.be